
2 april 1958 –
Afscheidstoespraak voor Ab. Goedhals
Lieve Math, dierbare aanwezigen;
Vertellen over Ab is niet zo moeilijk, want er valt zoveel te vertellen. Vertellen over Ab is heel moeilijk, want er valt zoveel te vertellen.
We kenden Ab allemaal, dus ik hoef u niet te schetsen, dat Ab een gentleman was, hoogbegaafd, scherpzinnig en van hoge beschaving, altijd vriendelijk, beleefd, hulpvaardig, lief en zacht en altijd vol aandacht voor iedereen die zijn pad kruiste. Ridderlijk, een meer perfecte Engelsman dan de Engelsen, met een onwankelbaar christelijk geloof en een onge-ëvenaarde wil om te leven; een gedreven perfectionist in alles wat hij aanpakte; met een vermogen om boven alle tegenslagen uit te stijgen, zich steeds weer te schikken in nieuwe beperkingen en omstandigheden en ook weer steeds nieuwe interesses (zoals geocaching) ten volle op te pakken en zich er volledig in te storten (zodat hij bijvoorbeeld binnen korte tijd alle caches in de wijde omtrek van Valkenburg had gevonden). Maar ook bij tijd en wijle, een valse nicht met een vilein gevoel voor humor, en met een vlijmscherpe pen, vooral als het ging om op te komen tegen onrechtvaar-digheden, zoals het niet toegankelijk zijn van openbaar vervoer voor rolstoelen. Maar altijd uitermate beleefd, en vriendelijk. En een dermate vaardig onderhandelaar dat je medelijden kreeg met zijn wederpartij…..zo was daar die zaak in Leiden waar Ab een tafel kocht en die wel gratis wilde bezorgen in Valkenburg, maar niet aan de Geul… waar Ab toen een forse korting regelde voor het niet-bezorgen en de tafel gewoon in zijn auto meenam, want dat dat kon had ie precies uitgemeten.
Waar te beginnen? Wel, begin bij het begin. Ab werd op 2 april 1958 geboren in het meest westelijk gelegen dorp in Zeeuws Vlaanderen, Oostburg genaamd. Daar groeide hij op, met onder andere Piet Korteknie. Als Ab echt boos was (foei!) dan hoorde je nog wel een spoortje zeeuws accent. Na de middelbare school ging hij studeren, in Utrecht, engels en musicologie. Toen openbaarde zich voor het eerst ook bij hem de ziekte non-hodgkin, die hij wonderwel overleefde, veel langer dan anderen uit die tijd. Maar die ook steeds weer terugkeerde en waardoor hij steeds weer verdere beperkingen kreeg. Ab bleef steeds een mondige en leergierige patiënt, altijd in gesprek met de teams van specialisten die hem behandel-den. En als hij weer eens het voorwerp was van studie in een academisch ziekenhuis, dan betitelde hij zich als een “wolharige mammoet”, een overblijfsel uit oude tijden. Veel wil ik niet zeggen over zijn ziekte; meer over de wijze waarop hij steeds weer overwon en doorging met leven. Na een zo’n episode, hij woonde toen al in Valkenburg, trainde hij zichzelf door een en zelfs twee keer per week hier de 508 treden tellende Wilhelmina=trappen te bedwingen, een hoogteverschil van 95 meter…later brak hij hier in Valkenburg alle snelheidsrecords voor scootmobiels en electrische rolstoelen.
De meest wrede ironie vond ik altijd dat hij, die de meest perfecte uitspraak van het engels bezat en voor wie eten een van de grootste genoegens was, uiteindelijk na een operatie door een halfzijdige tongverlamming werd getroffen, met alle gevolgen voor spraak en slikken.
Ab verhuisde van naar Hazerswoude-Rijndijk, waar hij woonde aan het
Helene Swarthplantsoen met zijn ouders en na het overlijden van zijn vader, met Ma-Maatje, zijn moeder. ’s Ochtends was hij daar incommuni-cado, want geen ochtendmens, en ‘smiddags was hij onbereikbaar omdat hij dan op het tot badkamer omgebouwde balcon in bad lag en ellenlange
telefoongesprekken voerde. Dat was nog voor de uitvinding van het internet en mobiele telefoons…..
Toen hij zo’n 25 jaar geleden Math leerde kennen bij een van hun weder-zijdse liefhebberijen en die als echte limburger natuurlijk niet ontworteld kon worden werd na enige jaren van heen en weer rijden in de zwarte mini
besloten om naar Valkenburg aan de Geul te verhuizen. De woning in
Hazerswoude werd verkocht en Maatje ging in Leiden wonen in de gerieflijke serviceflat Schouwenhove en dat had dan weer het voordeel dat Ab die in Leiden actief bleef daar terug in de kast kon kruipen. Want een van de grote opbergkasten in Maatje’s appartement was groot genoeg om voor een bed voor Ab. En daar verbleef hij dan. En zo af en toe kwam Math naar Leiden en voor hem was er dan een logeerkamer in Schouwenhove.
Inmiddels was Ab op 23 jarige leeftijd, in 1981 toegetreden tot de Orde van
Vrijmetselaren. Hij werd aangenomen in de loge La Vertu aan de
Steenschuur in Leiden; na tien jaar ging hij over naar de loge l’Age d’Or , ook in Leiden, waarmee hij tot op het eind mee verbonden is gebleven. In het jaar 1993 was Ab de Meester der Loge, dat is de voorzitter. Nu vragen mensen vaak, wat is dat, vrijmetselarij en wat doen jullie eigenlijk? Wel,
vrijmetselaren zien de wereld en het leven als een te voltooien bouwwerk. Een bouwwerk waaraan ze als bouwlieden werken, maar waarvan ze tegelijkertijd de levende bouwstenen zijn. En dat werk verrichten ze naar het plan van de architect, de Opperbouwmeester des Heelals. Lid zijn van de broederschap geeft je op een speciale manier een aantal levenslessen. Het bereidt je voor op situaties, waarin jij of je werk ten onrechte worden verworpen en afgekeurd; het bereidt je voor op situaties waarin je ondanks de consequenties integer en standvastig moet zijn en het leert je omgaan met tegenslag. En die levenslessen en morele waarden dragen we over door middel van onze symbolen en ceremonieën, scenes waarin je een rol speelt en beleeft wat je moet leren. En die scenes en lessen worden ontleend aan of spelen tegen de achtergrond van passages uit het Oude Testament, meestal rond de bouw van de tempel van Salomo. En Ab was daar meesterlijk goed in. Hij kon bijzonder nauwkeurig lange teksten, of die nou in het Nederlands of Engels waren, uit zijn hoofd uitvoeren en zijn personage levensecht gestalte geven.
Zo heeft Ab zich bekwaamd, niet alleen in het werken aan de ruwe steen, de kubieke steen en het tekenbord, maar ook in het keuren van merk-waardig gewrochte stenen, in het plaatsen van de sluitsteen en andere werkzaamheden aan de tempel van Salomo; en hij heeft bij de herbouw van de tempel de grond geëffend, het gewelf ontdekt en wat daarin was. Hij heeft de duif zien terugkeren op de Ark van Noach. Hij heeft de kubieke steen water en bloed zien zweten en is de eenzame gang gegaan van de diepste duisternis naar het Licht. Hij is op pelgrimstocht gegaan en heeft het Kruis opgenomen en geholpen het te dragen. En hij heeft het teken aan de avondhemel gezien en de wacht gehouden bij het Heilig Graf.
Ab was vooral ook een perfect en perfectionistisch organisator en
ceremoniemeester. We herinneren ons nog heel goed de zetelplannen en de veelkleurige naamkaartjes waaraan je precies kon zien welke categorie de drager voor en na de bijeenkomst was etc. And that’s where I came in. Ik heb met Ab kennisgemaakt op 16 april 1986, de avond dat ik werd aangenomen als leerlingvrijmetselaar in l’Age d’Or. Maar onze hechte vriendschap is echt begonnen twee jaar later, op de dag dat onze vriend en broeder Hans Mathijssen trouwde en we allebei naar de receptie wilden. Ab had een auto maar wist niet waar het was dus ik reed mee en navigeerde. Die rolverdeling hebben we in de jaren daarna talloze malen herhaald, eerst in de mini, later in de Brava’s tijdens onze veelvuldige reizen samen overal in het land maar vooral ook naar Engeland, waar we in vele steden op velerlei wijze vrijmetselarij beoefenden. We gingen dan met de boot naar Harwich of Hull en per auto naar de plek van bestemming, in de pre-tomtom tijden met kaarten, later met een of twee tomtoms…. en tijdens die maconnieke reisjes bezichtigden we dan en passant engelse monumentale landhuizen of kathedralen, we bezochten kastelen en slagvelden en gingen altijd wel ergens naar een evensong of een cultureel evenement. En tijdens het ontbijt in engelse hotels ontdekte ik dat Ab gigantische hoeveelheden ontbijt tot zich kon nemen, vier gangen, maar daar wel de tijd voor nam. Zodat ik van de weeromstuit ook maar weer begon te eten en dus drie keer zoveel ontbijt ophad als gepland…We hebben wat meegemaakt, overstro-mingen in Essex, een spiegelglad bevroren snelweg, een loslopend paard, overstekende reeën…allemaal zonder schade behalve de keer dat de Brava bij Zevenbergschenhoek de motor opblies.. En met Math en Maatje maakte Ab ook dit soort trips als vakantie in Engeland, vaak ook met engelse vrienden.
En dan was er de keer dat we met een gezelschap Nederlandse vrijmetse-laren ’s avonds in ons hotel in Marks Tey kwamen en de hotelbar gesloten was… tot Ab de receptie eraan herinnerde dat zij 24 uur per dag roomservice verzorgen en dat het wat zot was als we naar onze kamers zouden gaan, om daar een drankje te laten serveren en dat dan naar de bar mee te nemen en op te drinken…
Ab was een grote in de engelse vrijmetselarij. Een van die orden, de Knights Templar, de tempelieren, heeft een speciale instructieclub om te leren hoe de heel complexe ceremonie uit te voeren. Ab gaf niet alleen een perfecte uitvoering, maar leerde de engelsen ook een methode om een onderdeel van de ceremonie veel mooier en betekenisvoller uit te voeren dan zij tot dan toe deden. Ook buiten de vrijmetselarij was hij een perfecte engelsman. Hij werd zelfs een “freeman of the City of London”, hetgeen hem volgens de traditie het voorrecht gaf om een kudde schapen over de Tower Bridge te drijven.
Daar is hij nooit aan toe gekomen, evenmin als aan het bijwonen van de
“Ceremony of the keys” in de Tower en al die andere bijzondere
gelegenheden.
Er is een bijzondere loge, Internet Lodge 9659, met een internationaal
karakter waarvan ook een aantal Nederlanders lid zijn. In 2002 was Ab de
Worshipful Master van deze loge. En in die hoedanigheid – en daarvoor
hadden we een voorbereidingstijd van drie jaar – organiseerden wij een bezoek van die loge aan Nederland waar ze nu nog over praten. Het begon met een bijeenkomst in Hull waar Evert Kwaadgras, ons helaas ook al ontvallen, een lezing hield, daarna gingen de broeders met hun echtge-notes, 86 personen, per boot naar Rotterdam, vandaar met touringcar naar Den Haag voor een lunch op paviljoen Von Wied en een bezoek aan Beelden aan zee. De volgende dag gingen de broeders voor een bijzondere loge-bijeenkomst naar Arnhem terwijl de dames werden rondgeleid op paleis ‘tLoo. ‘sAvonds was er in Leiden een rijsttafeldiner in de Taffehzaal van het museum van Oudheden te Leiden, waar plotseling uit het egyptische tempeltje Piet Korteknie verscheen, destijds operazanger, en die gekleed als een egyptische hogepriester een tweetal aria’s uit Mozart’s Zauberflöte ten gehore bracht. De hele avond was het museum en de mummy-tentoonstelling vrij te bezichtigen en er kon gedanst worden in de
taffehzaal op muziek van een jazzkwartet. De volgende dag was er een
rondvaart door de Rotterdamse havens en een bezoek aan de stormvloed-kering met een rondvaartboot die de engelse gasten uiteindelijk weer netjes afleverde bij de boot terug naar Hull…
Ab was eerst de landelijk ceremoniemeester, onder Freek en later bij diens
opvolger de landelijk vice-voorzitter voor Nederland van een van de andere engelse ordes. En uiteindelijk, van 2007-2013 was hij zelf de Intendant-Generaal van de Benelux Divisie van de orde van de Red Cross of
Constantine. Dat is een christelijke vrijmetselaarsorde waar Ab dus de
voorzitter was van het gebied dat de hele Benelux omspant. In die
hoedanigheid organiseerde hij naar Anglicaans gebruik Services of nine
lessons and carols, met medewerking van een koor uit Breda, in een utrechtse kathedrale kerk. Maar bovenal smeedde hij een team voor de uitvoering van een heel mooie en heel complexe maconnieke ceremonie waar het gebeuren van Pasen en de wederopstanding van Christus centraal staan. Drie achtereenvolgende engelse Grand Sovereigns, zeg maar de overall-voorzitters van de orde, hebben de uitvoering daarvan in de Benelux – door mensen voor wie engels niet de moedertaal is – ten voorbeeld gesteld aan de hele engelse orde. Ab vervulde zelf in die ceremonie een van de twee belangrijkste rollen. (en ik, zei de gek, vervulde de andere). Dat hebben we jaren en jaren gedaan.
Het was een bijzondere en hechte vriendschap tussen Ab en mij. Met oog voor elkaars sterke en zwakke punten. Ab wist mijn woede uitbarstingen te
temperen door alleen het optrekken van een wenkbrauw. En ik ving met mijn improvisatievermogen zaken op als Ab’s perfectionisme iets had overgeorganiseerd waardoor het dan zijn doel voorbijschoot. Soms was dat wel jammer. We waren een keer in Edinborough waar we een schotse outfit
wilden kopen en Ab had het idee om die te dragen bij zijn huwelijk met Math. Maar waar ik uit het beschikbare aanbod een kilt etc. liet maken die ik nog vaak bij gelegenheden met plezier draag, had Ab een perfecte kilt en tartan op het oog die natuurlijk niet verkrijgbaar was…. en Ab nam met minder geen genoegen…. dus hebben we hem (helaas?) nooit in een kilt mogen aanschouwen.
Door onze jarenlange samenwerking ontwikkelden Ab en ik een eigen manier van communiceren, vol verwijzingen naar samen beleefde gebeurtenissen, die voor anderen niet te volgen waren. De voorganger van Freek verzuchtte eens: “Je zit met die jongens in een auto… ze spreken perfect Nederlands…..maar na twee minuten kun je er geen touw meer aan vastknopen…”
Dertig jaar waren Ab en ik de terrible twins van de Nederlandse en Engelse
vrijmetselarij. Talloze malen hebben we samen gereisd naar allerlei steden en bijeenkomsten. Op deze laatste reis kan ik niet met je mee. Want hoe hecht de banden van de vriendschap ook zijn, de dood brengt een scheiding teweeg. Maar er blijft een herinnering in het hart – en de belofte van een wederzien, in het hiernamaals.
Je hebt de aardse werktuigen neergelegd, want de Opperbouwmeester des
Heelals heeft je opgeroepen tot Hoger Arbeid. En nu jij je werk ter keuring
gaat aanbieden aan de Grote Keurmeester des Heelals, weet ik zeker dat dit de toets van de winkelhaak zal doorstaan en zal worden ingepast in dat Huis, niet door mensenhanden gemaakt, eeuwig in de Hemel. Je hebt gehoor gegeven aan de oproep van de Voorvechter van onze verlossing en je bent je pelgrimstocht aangevangen naar het hemelse Jeruzalem; Jouw plaats temidden van ons zal niet meer worden ingenomen. En nu de Koning der Koningen en de Heer der Heren je in Zijn aanwezigheid heeft ontboden zul je van Hem de kroon van Glorie ontvangen die nimmer zal
vergaan……
Rust zacht; aan alle lijden is een eind gekomen;
Wees dan nu voor altijd vrij.
Selamat djalan. May the road rise up to meet you, may the wind be ever at
your back ; May the sun shine warm upon your face, and rains fall soft upon your fields – and untill we meet again, may God hold you in the palm of His hand.
Geachte aanwezigen,
Onder vrijmetselaren is het een gebruik, om de overledene op zijn laatste reis drie witte rozen mee te geven. Deze worden bij het eind van de uitvaart op de kist gelegd door de Achtbare Meester van de loge, onder het uitspre-ken van drie zinsneden die aangeven dat de broeder steeds gehandeld en geleefd heeft zoals het een vrijmetselaar betaamt: Oprecht en integer; zich bewust van zijn plaats en taak in de wereld en volgens het plan van de Opperbouwmeester des Heelals.
Mag ik u dan nu vragen om – uit respect voor Ab en overeenkomstig deze
traditie – te gaan staan, voorzover u daartoe in staat bent. En mag ik de
Achtbare Broeder Martijn de Klonia, Achtbare Meester van loge l’Age d’Or, verzoeken de rozen neer te leggen.
Dank u wel.